Driftduiken

Driftduiken doe je af en toe maar eigenlijk weet je niet waar je mee bezig bent. Je laat je maar leiden door de gids ter plekken en dobbert maar wat in het water. Je vertrouwt op de gids.

Dat wilden we dus anders gaan doen. Nico hoorde via een NOB instructeur van het bestaan van de specialisatie driftduiken. We hebben ons daarvoor direct aangemeld zonder eigenlijk te weten waar we aan waren begonnen...

Nico kende Ferry (de NOB instructeur) al van eerdere opleidingen maar dat was het wel zo’n beetje.

Driftduiken bleek al snel meer te zijn dan alleen in het water springen en je maar met de stroom mee laten drijven. Er bleek flink wat theorie bij te pas te komen.

  • stromingsatlas
  • Veiligheid
  • Risico-analyse
  • Kennis van de duikstek
  • Goed overleg over de risico’s en leuke kanten van de duik, verder was de logistiek een punt waar je even goed bij stil moet staan om om uiteindelijk weer bij je auto en je kleren te komen. Je drijft toch al gauw zo’n 2,5 km verder.

Alle theorie mondde er in uit dat we een flink pak voorbereidend huiswerk te doen kregen. We hebben de hele duik uitgewerkt en voor beoordeling opgestuurd naar de instructeur. Bij de logistiek was het vooral van belang van tevoren goed uit te rekenen waar je aan het einde uit zou komen zodat je daar vast je spullen neer kon zetten. Tot onze verbazing kwamen we beide keren vrijwel precies bij de vooraf berekende plek terecht. Wat ons vooral verbaasde (en we ook wel van schrokken) was ons rekenwerk. Het bleek dat de duik die we eigenlijk wilden maken, helemaal niet mogelijk was met de hoeveelheid lucht die we bij ons hadden. Hoe vaak maak je nu normaal gesproken zo’n rekensom? We kwamen er toen wel achter dat zo’n specialisatie nuttig is om de soms wat stoffige theoretische kennis weer op te halen.

Wat we ook merkten is, dat er echt wel risico’s aan zo’n duik kleven. Vooral het idee dat je in een net zou kunnen raken was een flinke last. We hebben zelfs tevoren onze messen nog geslepen om dit risico te beteugelen. Daarbij heeft Hermien in haar vingers gesneden terwijl we probeerden of de messen wel scherp genoeg waren. Het goed kunnen gebruiken van een mes was ook wel zo belangrijk dat Hermien besloot zonder handschoenen te duiken. Ook het oplaten van de decoboei bleek iets te zijn dat je toch af en toe eens echt moet oefenen.

Op zondagochtend was het dus zover: op naar De tetjes (Vlaams voor tietjes). Op de navigatie want we waren hier nog nooit eerder geweest. We ontmoetten daar de andere duikers en mochten na een inleidend praatje aan een oefen-driftduik beginnen. Er was ’s morgens nog niet al te veel stroming dus een prima moment om alles eens uit te proberen. De eerst kennismaking met stromend water. De bodem is glooiend maar door de stroom word je gewoon langs de bodem meegenomen, omhoog, omlaag, langs de pieren en andere obstakels. We merkten dat je een beetje bij moet sturen om in de stroom te blijven; als je niks deed, werd je langzaam maar zeker weer naar de oever gedreven en daarmee uit de stroom; eigenlijk wel een veilig idee. Een verplicht uitrustingsstuk was hier de buddylijn, een al lange tijd niet meer gebruikt attribuut. En maar goed ook want anders ben je mekaar heel snel kwijt en je komt door de stroom ook niet meer naar elkaar toe.

In ons duikplan hadden we rekening gehouden met een maximale diepte van 12 meter. Ferry had echter al laten doorschemeren, dat je voor “het echte werk” toch wel dieper moest zijn, wat we dus ook gedaan hebben: 20 – 25 meter en dat was prima. In de stroming zijn de zeedieren actiever dan anders: we hebben kreeften en krabbetjes gezien, en erg veel garnalen en zeesterren. Maar vooral de oesters zijn prachtig om te zien: ze stonden helemaal open om voedsel uit het stromende water te halen.

Na deze eerste duik hadden we het wel door: het was eng om te beginnen maar het vertrouwen was er nu wel. Maximale stroming konden we ook aan: 1,6 knopen, en dat is echt hard. Dus op het hoogtepunt van de stroming gingen we voor de tweede keer het water in. Je leert bij een stroomduik uit te zoeken wanneer het water niet stroomt, bij een driftduik zoek je de stroming juist op.

Je vliegt dan, gegrepen door een onzichtbare hand, over de bodem, geen weg terug meer. Het enige dat je kunt doen, is je overgeven aan de stroming en vertrouwen op jezelf en je buddy. In de stroming, donker, twee lampen voor je uit schijnend en afwachten wat er opdoemt uit het donker. Oesterbanken en andere obstakels komen op je af maar de stroming tilt je er moeiteloos overheen. Na een tijdje dit mee te maken komt er een soort rust over je heen: laat maar gaan, het komt allemaal wel goed. En dan komt de ruimte om te ervaring wat er gebeurt en wat je ziet.

Kortom: hartstikke leuk om dit samen te doen, meer kennis over de duiksport en dan levert het ook nog een brevetkaart op. Als je 3* duiker bent, dan leveren zes van deze specialisaties een 4* brevet op. Volgend Zeeland weekend eens een driftduik maken met de vereniging?